 |
Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search. |
 |
 |
2 basis deel 3 morf. adj.
|
| A | B |
| 1. Tot welke klasse behoren adjectieven op -us, -a, -um? | tot de eerste klasse |
| 1. Tot welke klasse behoren adjectieven op -er,-a,-um | tot de eerste klasse |
| 1. Tot welke klasse behoren adjectieven op -is, -is, -e? | tot de tweede klasse |
| 1. Tot welke klasse behoren adjectieven op -er, -is, -e? | tot de tweede klasse |
| 1. Tot welke klasse behoren adjectieven zonder uitgang in de nominatief? (felix) | tot de tweede klasse |
| Geef de verbuiging van bonus. | bonus,a,um - bone,a,um - boni,ae,i - bono,ae,o - bonum,am,um - bono,a,o / boni,ae,a - boni,ae,a - bonorum,arum,orum - bonis (3) - bonos,as,a - bonis (3) |
| Geef de verbuiging van pulcher. | pulcher,chra,chrum - pulcher,chra,chrum - pulchri,chrae,chri - pulchro,chrae,chro - pulchrum, chram, chrum - pulchro,chra,chrum / pulchri,chrae,chra - pulchri,chrae,chra - pulchrorum,chrarum,chrorum - pulchris (3) - pulchros,chras,chra - pulchris (3) |
| Geef de verbuiging van miser. | miser,era,erum - miser,era,erum - miseri,erae,eri - misero,erae,ero - miserum,eram,erum - misero,era,ero / miseri,erae,era - miseri,erae,era - miserorum,erarum,erorum - miseris (3) - miseros,eras,era - miseris (3) |
| Geef de verbuiging van fortis. | fortis,is,e - fortis,is,e - fortis (3) - forti (3) - fortem,em,e - forti (3) / fortes,es,ia - fortes,es,ia - fortium (3) - fortibus (3) - fortes,es,ia - fortibus (3) |
| Geef de verbuiging van acer. | acer,acris,acre - acer,acris,acre - acris (3) - acri (3) - acrem,em,e - acri (3) / acres,es,ia - acres,es,ia - acrium (3) - acribus (3) - acres,es,ia - acribus (3) |
| Geef de verbuiging van felix. | felix (3) - felix (3) - felicis (3) - felici (3) - felicem,felicem,felix - felici (3) / felices,es,ia - felices,es,ia - felicium (3) - felicibus (3) - felices,es,ia (3) - felicibus (3) |
| Hoe kan je in het Latijn zien dat een adjectief bij een substantief hoort? | Als het adjectief zelfde naamval, geslacht en getal heeft als dat substantief. |
| Hoe ontleed je een adjectief dat bij een substantief hoort? | Je geeft naamval, geslacht, getal, grondwoord en 1 betekenis. |
| Hoe kan je in het Latijn zien dat een adjectief bij een werkwoord hoort? | als het in de bijwoordelijke vorm staat (1ste klasse op -e en 2de klasse op -iter) |
| Hoe kan je in het Latijn een gesubstantiveerd adjectief herkennen. | als er geen substantief bijstaat en het adj. geen gezegde of bepaling van gesteldheid is. |
| Volgens welke klasse worden de comparatieven verbogen? | tweede klasse |
| Welke vorm is een comparatief op -ius? | nom.-voc.-acc. onz. enk. + bijwoordelijke vorm |
| Geef de comparatief nom. m. enk. van altus. | altior |
| Geef de superlatief nom. m. enk. van felix. | felicissimus |
|
 |
| |