Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Les 26: Woorden

Leer spelenderwijs de woorden van Les 26

AB
obiretegemoet gaan, bezoeken
subireop zich nemen, doorstaan
adiregaan naar, bezoeken
transireoversteken, gaan
tectumdak; huis
longuslang
quam bij comparatievendan
quam voor superlatievenzo ... mogelijk
redireterugkeren, teruggaan
immanis, -isreusachtig, geweldig
bos, bovisrund, koe, os
rapere, -iogrijpen, pakken; roven, buitmaken
arbor, arboris vboom
canis, canishond
ferox, ferociswild, onstuimig, fel
leo, leonisleeuw
exireuitgaan, vertrekken, naar buiten gaan / komen
ignis, ignis mvuur
caedes, caedis vmoord, bloedbad
complures, compluriumverscheidene, vele; een flink aantal
inirenaar binnen gaan
fallerebedriegen, misleiden, om de tuin leiden
fefelliperf. van fallere
arma, armorum (o. mv.)wapens
manus, manus vhand; handvol, schare, troep
temptareproberen; aanvallen
saxumrots, rotsblok, steen
detegereonthullen, blootleggen
detexiperf. van detegere
vastuswoest, reusachtig
pes, pedis mvoet, poot
autemmaar, echter; en (dan), verder, nu
Iuppiter, IovisJupiter
exstruereoprichten, bouwen
exstruxiperf. van exstruere
maximusgrootst, zeer groot

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities