Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

B6

AB
(ils/elles) ont(zij) hebben
(la/une) idée(het/een) idee
(ils/elles) sont(zij) zijn
(ils/elles) font(zij) maken, doen
(il/elle/on) a besoin de(hij/zij/men) heeft nodig
on a besoin dewe hebben nodig
on n'a pas besoin dewe hebben niet nodig
tout de suitedadelijk, meteen, direct
(je,il,elle,on) retourne(ik/hij/zij/men) keert terug
(il/elle/on) s'amuse(hij/zij/men) vermaakt zich
amusant(e)grappig, aardig, leuk
(il/elle) attend(hij/zij) wacht
long, longuelang
(la/une) ville(de/een) stad
(la/une) province(de/een) provincie
centhonderd
(la/une) rivière(de/een) (zij)rivier
(le/un) fleuve(de/een) (hoofd)rivier
(le/un) musée(het/een) museum
(le/un) restaurant(de/een) restaurant
(le/un) million(het/een) miljoen
souligneonderstreep(t)
(la/une) sorte(het/een) soort
chaqueieder, elk
racontevertel(t)
(le/un) tour(de/een) rondreis
(ils/elles) vont(zij) gaan
l'Océan Atlantiquede Atlantische Oceaan
(la/une) culture(de/een) cultuur
(l'/une) orthographe(de/een) spelling
(la/une) place(de/het) plein
longtempslang
(la/une) partie(het/een) gedeelte

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities