Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

infinitief en verleden tijd 3

elke verleden tijd hoort bij een juiste infinitief

AB
vondvinden
wierpwerpen
rieproepen
vochtvechten
gafgeven
ateten
laslezen
gootgieten
stalstelen
deeddoen
was zijn
vergatvergeten
stonkstinken
groefgraven
begreepbegrijpen
hieldhouden
rookruiken
schrokschrikken
zwomzwemmen
had hebben
bedroogbedriegen
bondbinden
boogbuigen
dreefdrijven
droegdragen
dwongdwingen
gleedglijden
hielphelpen
kooskiezen
kreegkrijgen
krompkrimpen
kroopkruipen
loogliegen
leedlijden
matmeten
namnemen
overleedoverlijden
preesprijzen
rees rijzen
schoorscheren
smoltsmelten
sprakspreken
steeg stijgen
streekstrijken
trok trekken
vingvangen
vermeedvermijden
vroegvragen
woogwegen
weeswijzen

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities