| A | B |
| zijn gal spuwen | zijn boosheid uiten |
| het heft uit handen geven | de leiding afstaan |
| hemel en aarde bewegen | alles in het werk stellen |
| iemand de hielen likken | iemand vleien |
| onder één hoedje spelen | samenspannen |
| op een houtje bijten | niets te eten hebben |
| voor zoete koek opeten | iets goedgelovig aannemen |
| uit de koets vallen | zijn illusies verliezen |
| op hete kolen zitten | erg ongeduldig zijn |
| uit de biecht klappen | geheimen prijsgeven |
| iets blauwblauw laten | iets laten zoals het is |
| ergens de brui aan geven | een begonnen werk niet afmaken |
| haar op de tanden hebben | van zich af durven spreken |
| het hart hoog dragen | trots zijn |
| het vijfde rad aan de wagen zijn | overbodig zijn |
| een scheve schaats rijden | zich onbehoorlijk gedragen |
| hoog spel spelen | grote risico's nemen |
| een streepje voor hebben | meer in de gunst staan dan een ander |
| een bok schieten | zich lelijk vergissen |
| boter bij de vis | meteen betalen |