| A | B |
| we gingen met de kippen op stok | we doken vroeg in bed |
| Ann staat bekend als de bonte hond | een slechte reputatie hebben |
| we zijn in de aap gelogeerd | we zitten in een moeilijke situatie |
| Piet is een ongelikte beer | een onbeschofte jongen |
| hij pronkt met andermans veren | hij pocht met het werk van een ander |
| zijn haan moet altijd koning kraaien | hij wil altijd de baas spelen |
| hij is altijd haantje de voorste | hij is de eerste bij een vechtpartij |
| vieze varkens worden niet vet | kieskeurige eters blijven mager |
| je kunt nooit weten hoe een koe een haas vangt | met een beetje geluk is alles mogelijk |
| Zij wilde ook een duit in het zakje doen | zij wilde er ook wat aan toevoegen |
| die zaak heeft hem geen windeieren gelegd | daar heeft hij groot voordeel van |
| hij hangt de gebraden haan uit | hij doet zich voor als een grote meneer |
| hij is geen heilig boontje | hij is niet zo braaf als hij zich voordoet |
| boontje komt om zijn loontje | ieder krijgt de straf die hij verdient |
| hij heeft de kat gestuurd | hij is niet komen opdagen |
| als de katten muizen, mauwen ze niet | tijdens het eten wordt er niet veel gepraat |
| men kan van een kikker geen veren plukken | wie niets heeft, kan niets geven |
| iets aan de grote klok hangen | iets aan iedereen vertellen |
| hij heeft een stuk in zijn kraag | hij is dronken |
| hij deelt daar de lakens uit | hij is er de baas |
| als de maan vol is, schijnt hij overal | wie rijk is, deelt makkelijk wat uit |
| dat scheelt een slok op een borrel | dat maakt wel een groot verschil |