Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

1 Vocabularium Forum, lessen 12 t.e.m. 14

Woordenschat van het derde trimester van het eerste jaar. Opgelet: jullie krijgen hier steeds de woorden in de grondvorm. Dat is makkelijker dan jullie moeten kunnen op toetsen! Op toetsen en examens krijgen jullie een verbogen vorm, en dan moeten jullie zelf de grondvorm kunnen geven.

AB
fugavlucht
GraeciaGriekenland
vitaleven
bellumoorlog
mandatumopdracht
sororsororis; zus
rumorrumoris; gerucht
timortimoris; angst
navisnavis; schip
noxnoctis; nacht
mensmentis; geest, gedachten
iteritineris (onz.); reis, tocht
fructusus; vrucht
casusus; 1. val 2. voorval 3. toeval
tumultusus; tumult
currusus; wagen
adventusus; aankomst
vultusus; gelaat
portusus; haven
exercitusus; leger
manusus (vr.);1. hand 2. handvol
domusus (vr.); huis
resrei; zaak, voorwerp
spesspei; hoop
fidesfidei; 1. trouw 2. belofte
diesdiei (m.); dag
pauciae, a; weinig
longusa, um; lang
verusa, um; waar, juist
facilisis, e; gemakkelijk
nuntiaremelden
praeberelange e; verschaffen
viverekorte e; leven
viserekorte e; bezoeken
neglegerekorte e; verwaarlozen
advenirein + acc.; bereiken, aankomen
fugerekorte e, -io; vluchten
abesseab + abl.: afwezig zijn van
imperare1. bevelen, eisen; 2. + dat.: heersen over
placerelange e, + dat.: bevallen
crederekorte e, + dat.: geloven
parcerekorte e, + dat.: sparen
adesse+ dat.: bijstaan
praeesse+ dat.: aan het hoofd staan van
fidem servarezijn belofte houden
in mente haberelange e, in gedachten hebben
in mentem venirete binnen schieten
idemeadem, idem: dezelfde, hetzelfde
idem... acdezelfde ... als
moxweldra
per+ acc.:1. door (plaats) 2. per 3. gedurende
campusvlakte
socius1. bondgenoot 2. metgezel
posteriposterorum; afstammelingen
proeliumstrijd
saeculumeeuw
armaarmorum; wapens
caedescaedis; moord, bloedbad
herosherois; held
terrorterroris; angst
morsmortis; dood
prexprecis; smeekbede
hostishostis; vijand
foedusfoederis; verdrag
cursusus; het lopen, de loop
propinquusa,um; nabij(gelegen)
maximusa,um; 1. zeer groot 2. grootst
divinusa,um; goddelijk
Etruscusa,um; Etruskisch
solusa,um; alleen
variusa,um; verschillend
audaxaudacis; stoutmoedig, roekeloos
communisis,e; gemeenschappelijk
pugnarevechten
appellarenoemen
moverelange e; 1. bewegen 2. ontroeren
conderekorte e; stichten
colerekorte e; 1. bewerken, 2. vereren
consisterekorte e; halt houden
construerekorte e; bouwen
decernerekorte e; beslissen
pellerekorte e; drijven
interficerekorte e, -io; doden
occurrerekorte e, + dat.: tegen het lijf lopen
interesse+ dat.: deelnemen aan
ipseipsa, ipsum; zelf
nuncnu
haudallesbehalve, helemaal niet
a+ abl.; 1. door (HV) 2. van (bij)
ab+ abl.; 1. door (HV) 2. van (bij)
adversus+ acc.: tegen
intra+ acc.: binnen
lingua1. tong 2. taal
regiapaleis
votumwens
lapislapidis (m.); steen
comescomitis; gezel
osoris (onz.); mond
flumenfluminis; stroom, rivier
avidusa, um; hebzuchtig
tantusa, um: zo'n groot
interrogareondervragen
mutareveranderen
agnoscerekorte e; herkennen
tangerekorte e; aanraken
gemerekorte e; zuchten
tollerekorte e; opheffen
solverekorte e; 1. losmaken 2. oplossen, tenietdoen
invenireaantreffen, vinden
nolleniet willen
malleliever willen
isea, id; 1. hij, zij, het 2. die, dat
hic1. hier 2.haec, hoc; deze, dit (hier) / laatstgenoemde
isteista, istud; die, dat (daar bij jou)
illeilla, illud; 1. die, dat (ginds) 2. eerstgenoemde
quis?quae? quid?; wie
qui?quae? quod?; welke?
atmaar

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities