Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

2 basis deel 2 syntaxis zin

AB
Met welke twee Nederlandse tijden wordt het perfectum vertaald? Wanneer gebruik je welke vertaling?OVT: voor feiten uit het verleden / VTT: voor feiten uit het verleden die een duidelijk verband hebben met het heden
Noem de vier aspecten die het imperfectum kan toevoegen aan een feit uit het verleden.beschrjving toestand - gewoonte - herhaling - duur
Met welke tijd staat dum ("terwijl")?ind. praesens
Met welke tijd staan postquam, ubi, simulac?ind. pf.

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities