Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

4 basis syntaxis onafhankelijke zin

AB
Geef de zes Latijnse tijden en de overeenkomstige Nederlandse tijd waarmee je vertaalt.praesens: OTT - imperfectum: OVT - futurum simplex: OtkT - perfectum: OVT-VTT - plusquamperfectum: VVT - futurum exactum: VTkT
Hoe stelt de realis de handeling voor?als waar gebeurd
Hoe stelt de potentialis de handeling voor?als mogelijk
Hoe stelt de irrealis de handeling voor?als strijdig met de realiteit
Waarmee gaat een irrealis steeds gepaard?met een niet vervulde voorwaarde
Welke twee intellectieve zinnen onderscheidt men?mededelende en vragende
Welke twee volitieve zinnen onderscheidt men?wensende en gebiedende
Welke ontkenning wordt gebruikt in intellectieve zinnen?non
Welke ontkenning wordt gebruikt in volitieve zinnen?ne
Noem de vier aspecten die het imperfectum kan toevoegen aan een feit uit het verleden.beschrijving toestand - herhaling - gewoonte - duur
Waarop wijst een conj. praesens in een onafhankelijke zin?potentialis heden
Waarop wijst een conj. imperfectum in een onafhankelijke zin?irrealis heden
Waarop wijst een conj. plusquamperfectum in een onafhankelijke zin?irrealis verleden
Welk antwoord verwacht men in een directe vraag bij het vraagpartikel nonne?een positief
Welk antwoord verwacht men in een directe vraag bij het vraagpartikel num?een negatief
Welk antwoord verwacht men in een directe vraag bij het vraagpartikel - ne?noch positief, noch negatief
Hoe wordt een vervulbare wens heden uitgedrukt in het Latijn?conj. praes. (eventueel met utinam)
Hoe wordt een onvervulbare wens heden uitgedrukt in het Latijn?utinam + conj. impf.
Hoe wordt een onvervulbare wens verleden uitgedrukt in het Latijn?utinam + conj. plqpf.
Waarop wijst een indicatief in een onafhankelijke zin?realis
Welke twee intellectieve zinnen onderscheidt men?mededelende en vragende

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities