Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Basiswoorden les 19

Leer spelenderwijs de basiswoorden van les 19.

AB
concurrerete hoop lopen, slaags raken
concursus, -us moploop; botsing, treffen
tres m mvdrie
vulnerareverwonden
gaudiumvreugde, blijdschap
exclamareuitroepen, het uitschreeuwen
infestusvijandig, dreigend
fortetoevallig
integeronaangetast, ongedeerd
ideodaarom
intervallumtussenruimte
minimuskleinste
prope (bijwoord)dichtbij
alterde één / andere (van beiden)
exspectare + acc.wachten op, opwachten; verwachten
a / ab + abl.vanaf, vandaan; door
tertiusderde
eodem modoop dezelfde manier
victoriaoverwinning
exsultarejuichen
super + acc.boven, over
cognoscereleren kennen; vernemen
ferox, feroceswild, fel, woest
incenderein brand steken, ontsteken
facinus, facinora odaad, misdaad
motusppp van movêre
paulumeen beetje
paulo antekort tevoren
omnisieder, elk; geheel
laudareprijzen, loven
ius, iura o(het) recht, rechtbank
raptusppp van rapere
in + abl.in, op, tijdens
iudiciumrechtbank; proces
causazaak, rechtszaak; reden; oorzaak
defendipf. van defendere
existimareschatten; menen, van mening zijn
iuremet recht, terecht
nolitewil(t) niet !
ultimusverst, buitenst, laatst
tulipf. van ferre
ferrebrengen, dragen; verdragen
absolutusppp van absolvere
absolverelosmaken, vrijspreken

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities