Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Basiswoorden les 26

Leer spelenderwijs de woorden van les 26.

AB
Cn.Cnaeus
magistermeester, leraar; aanvoerder
eques, equites mruiter
inquitzegt hij, zei hij
clades, clades vnederlaag
aliquisiemand
aliquidiets
vis, vires vkracht, macht, geweld
superesseover zijn
ne + coni. in hoofdzinniet
cavêreoppassen, op zijn hoede zijn
exiguusklein, gering
evadereontsnappen
publice (bijwoord)in het openbaar
priusquamvoordat
victor, victores moverwinnaar
munireversterken, bouwen
privatim (bijwoord)persoonlijk
Q.Quintus
praeceptumvoorschrift, les
oppressipf. van opprimere
opprimereneerdrukken, overweldigen, onder de voet lopen
sumerenemen
proposuipf. van proponere
proponerevoorleggen, voorstellen
quintusvijfde
idem, eadem, idemdezelfde, hetzelfde
uti + abl.gebruiken
expugnareveroveren
legereverzamelen
caedes, -es vmoord, bloedbad, slachtpartij
spectare(be)kijken
tot (onverbuigbaar)zoveel (mv)
mille, mv miliaduizend
haurirescheppen; drinken
inventusppp van invenire
plenus + gen.vol van
palamopenlijk, in het openbaar
frumentumgraan
totiens (bijwoord)zo vaak
robur, robora okracht, kern
rarozelden
quisquam, quicquamiemand, iets
excessipf. van excedere
excedereuitgaan, weggaan, naar buiten gaan
accusarebeschuldigen, aanklagen
cecídipf. van caedere
oppidumstad, vesting
sociusmetgezel, makker, bondgenoot
oppugnarebelegeren, bestormen

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities