Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Les 9 t/m 12: woorden

Leer spelenderwijs alle woorden van de lessen 9 tot en met 12!

AB
ubiqueoveral
quaerere, pf. quaesivizoeken, vragen
modo ... modo ...nu eens ... dan weer ...
apud + acc.bij
faberhandwerker
ante + acc.voor
pretiumprijs
scireweten, kennen
vox, vocis vstem
gaudiumvreugde, plezier
tumdan, vervolgens; toen
vaderegaan, lopen
cito (bijwoord)snel
officiumtaak, plicht
bene (bijwoord)goed
explêre, pf. explevivervullen, uitvoeren
statimmeteen, onmiddellijk
adeozo erg, zozeer
deserere, pf. deseruiverlaten, in de steek laten
quo?waarheen?
firmussterk, stevig
tenêrehouden, vasthouden
abducere, pf. abduxiwegvoeren, ontvoeren
evadere, pf. evasiontkomen, ontsnappen
votumgebed
carcer, carceris mkerker, gevangenis
claudere, pf. clausisluiten, opsluiten
post + acc.na
nonnulli (m mv)enige, enkele
discedere, pf. discessiweggaan
tragoediatragedie, treurspel
profectowerkelijk, inderdaad
magnusgroot, belangrijk
sumere, pf.: sumpsinemen
materiamateriaal, onderwerp
superbiahoogmoed, trots
postquamnadat
copiavoorraad, overvloed
copiae (mv)troepen
vincere, pf.: vicioverwinnen
triumphustriomftocht
ubiwaar; zodra, toen
plebs, plebis v(lagere) volk
movêre, pf.: movibewegen, beïnvloeden; opwekken, ontroeren
patriavaderland
relinquere, pf.: reliquiachterlaten, verlaten
adiuvare, pf.: adiuvihelpen
bellumoorlog
pararevoorbereiden, gereedmaken
satis (bijw.)genoeg, voldoende
accusareaanklagen, beschuldigen
prodere, pf.: prodidiverraden
circumdare, pf.: circumdediomgeven, omsingelen
fingere, pf.: finxivormen, bedenken
legio, legionis vlegioen
pellere, pf.: pepuliverdrijven, verslaan
miles, militissoldaat, militair
caedere, pf.: cecidineerslaan, doden
discere, pf.: didicileren
comprehendere, pf.: comprehendigrijpen, begrijpen
etiamsiook al
ad + acc.naar, tot, tegen
vituperareafkeuren, kritiek leveren, bekritiseren
privatuspersoonlijk, eigen
compararebijeenbrengen, op de been brengen
aeternuseeuwig
imminêre + dat.dreigen, bedreigen
noswij
paulumkorte tijd, even
insidiae (mv)hinderlaag, aanslag
occidere, pf.: occididoden, doodslaan
ferebijna, ongeveer
GraeciaGriekenland
se (acc./abl.)zich
heres, herediserfgenaam
inimicusvijand, vijandig
seditio, seditionis vopstand, oproer
donectotdat
conciliaretot stand brengen
conciliare sibivoor zich winnen
notusbekend
vosjullie
ceteri (m mv)overige, rest
reginakoningin
imperiummacht, heerschappij, rijk
concedere, pf.: concessitoestaan, afstaan, geven
utzoals, als
vivere, pf.: vixileven
pax, pacis vvrede
diuturnuslangdurig
honor, honoris meer(bewijs)
tribuere, pf.: tribuiverlenen, geven
nominarenoemen, benoemen
araaltaar
vovêrebeloven, wijden
licet mihiik mag
inter + acc.tussen, onder, te midden van; tijdens
perturbarein verwarring brengen
audaciamoed, overmoed; brutaliteit
qui, quae, quoddie, dat
favêre + dat., pf.: favigunstig gezind zijn, begunstigen
uxor, uxorisechtgenote, vrouw
ducere, pf.: duxileiden, brengen
uxorem duceretrouwen
quamquamhoewel, ofschoon
magis (bijw.)meer, liever
optarewensen
nepos, nepotiskleinzoon
amittere, pf.: amisiverliezen
postealater, daarna
mos, moris mgewoonte, gebruik
mores (mv)leefwijze, karakter
asperruw, ruig
moxspoedig, weldra
parvusklein
insulaeiland
transportareoverbrengen
educaregrootbrengen, opvoeden
is, ea, idhij, zij, het; deze, dit; die, dat
primo (bijw.)eerst
soror, sororiszus
deindedaarna
vita cederesterven
annusjaar
gignere, pf.: genuibaren
vitam agereeen leven leiden
libervrij
quoqueook
removêre, pf.: removiverwijderen
atqueen
iterum atque iterumtelkens weer
veniavergeving
cum (voegwoord)als, wanneer, toen
vocareroepen, noemen

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities