Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Les 1 t/m 12: woorden

Leer spelenderwijs de woorden van de lessen 1 tot en met 12!

AB
a / ab + abl.van(af)
abducerewegvoeren; ontvoeren
abduxipf. van abducere
abundare + abl.in overvloed hebben
accederekomen (naar), aankomen, naderen
accessipf. van accedere
accideregebeuren
acciditpf. van accidere
accusareaanklagen, beschuldigen
ad + acc.naar: tot, tegen
adeozo erg, zozeer
adiuvarehelpen
adiuvipf. van adiuvare
admonêrewaarschuwen; raadgeven
aedificiumgebouw
aeternuseeuwig
agerakker, veld
ageredoen
alii ... aliisommigen ... anderen
aliusander
alius ... aliusde een ... de ander
alterde een, de ander (van twee)
alter ... alterumelkaar
altushoog
amareverliefd zijn (op); houden van
ambularewandelen
amicavriendin
amicusvriend
amisipf. van amittere
amittereverliezen
amor, amoris mliefde
animusgeest, ziel, hart
in animo habêrevan plan zijn
annusjaar
ante + acc.voor
apud + acc.bij
araaltaar
asperruw, ruig
atqueen
audaciamoed, overmoed; brutaliteit
audirehoren. luisteren
autemmaar, echter
auxiliumhulp
avegegroet! hallo!
bellumoorlog
bene (bijwoord)goed
bonusgoed
caedereneerslaan, doden
Caesar, CaesarisCaesar
carcer, carceris mkerker, gevangenis
carêre + abl.niet hebben
cavêreoppassen, uitkijken; op zijn hoede zijn (voor)
cavipf. van cavêre
cecidipf. van caedere
cedere (+ abl.)weggaan (uit), verlaten
certezeker, ongetwijfeld, beslist
cessipf. van cedere
ceteri m mvoverige, rest
circumdareomgeven, omsingelen
circumdedipf. van circumdare
circuscircus, renbaan
cito (bijwoord)snel
clamareroepen, schreeuwen
clamor, clamoris mgeschreeuw, kreet
clarusberoemd
clauderesluiten, opsluiten
clausipf. van claudere
compararebijeenbrengen, op de been brengen
comprehenderegrijpen, begrijpen
comprehendipf. van comprehendere
concederetoestaan, afstaan, geven
concessipf. van concedere
conciliaretot stand brengen
conciliare sibivoor zich winnen
consiliumplan; raad, advies
consul, consulisconsul
contentus (+ abl.)tevreden (met)
convenipf. van convenire
conveniresamenkomen
copiavoorraad, overvloed
copiae mvtroepen
cucurripf. van currere
cum + abl.met, samen met
cum (voegwoord)toen; als, wanneer
cuncti m mvalle
cupidus (+ gen.)vol verlangen (naar)
curwaarom
curazorg, aandacht
curarezich bekommeren om
currerehard lopen, rennen
daregeven
de + abl.van, van ... af; over
deagodin
debêremoeten, hoeven
dedipf. van dare
deindedaarna
delectareverheugen, verblijden
deliberarenadenken (over)
descendereafdalen
descendipf. van descendere
deserereverlaten, in de steek laten
deseruipf. van deserere
deusgod
dicerezeggen
dictator, dictatorisdictator
didicipf. van discere
discedereweggaan
discereleren
discessipf. van discedere
disputare (de)bespreken; discussiëren (over)
diuturnuslangdurig
divitiae v mvrijkdom
dixipf. van dicere
docêreonderwijzen
doctusgeleerd, knap
dolêre (+ abl.)bedroefd zijn (over), treuren (om)
dominameesteres
dominusmeester, heer
donaregeven
donectotdat
donumgift, geschenk
dubitareaarzelen
ducereleiden, brengen
dumterwijl
duxipf. van ducere
e / ex + abl.uit, van
eccekijk!
educaregrootbrengen, opvoeden
egipf. van agere
egoik
memij
enimnamelijk, immers
essezijn
eten, ook
etiamook
etiamsiook al
evadereontkomen, ontsnappen
evasipf. van evadere
explêrevervullen, uitvoeren
explevipf. van explêre
exspectarewachten (op), verwachten
faberhandwerker
favêre + dat.gunstig gezind zijn, begunstigen
favipf. van favêre
ferebijna, ongeveer
filiadochter
filiuszoon
fingerevormen, bedenken
finireeen einde maken aan, afmaken
finxipf. van fingere
firmussterk, stevig
fortassemisschien
fortunageluk
forumforum, markt(plein)
frustra (bijwoord)tevergeefs
fuipf. van esse
gaudêrezich verheugen, blij zijn
gaudiumvreugde, plezier
genuipf. van gignere
gignerebaren
gladiator, gladiatorisgladiator
gladiuszwaard
gloriaroem, eer
GraeciaGriekenland
habêrehebben, houden
heres, herediserfgenaam
hichier
hodievandaag
homo, hominismens, man
honor, honoris meer(bewijs)
horauur
iacêreliggen
iamal, reeds
ibidaar
igiturdus, daarom
imminêre + dat.dreigen, bedreigen
imperator, imperatorisveldheer, keizer
imperiummacht, heerschappij; rijk
in + abl.in, op
in + acc.in, naar
inimicusvijand, vijandig
iniustusonrechtvaardig
inquitzegt (hij)
insidiae v mvhinderlaag, aanslag
insulaeiland
inter + acc.tussen, onder; te midden van; tijdens
intrarebinnen komen / gaan
invenipf. van invenire
invenirevinden, ontdekken
invidiaafgunst, jaloezie
irawoede, toorn
is, ea, idhij, zij, het; deze, dit, die, dat
itaquedaarom, dus
iterumweer, opnieuw
iterum atque iterumtelkens weer
iuvathet is leuk, het is prettig
iuvat mehet doet me plezier, ik vind het leuk / prettig
iuvitpf. van iuvat
laborarehard werken, zich inspannen
laetusblij, vrolijk
latusbreed
laudareprijzen
legerelezen
legipf. van legere
legio, legionislegioen
liber (zelfst. nw.)boek
liber (bijv. nw.)vrij
liberare (+ abl.)bevrijden (van)
licethet is mogelijk, het is geoorloofd
licet mihiik mag
litteraletter
litterae mvbrief
locusplaats
luderespelen
ludusspel, school
lusipf. van ludere
maestustreurig, bedroefd
magis (bijwoord)meer, liever
magisterleraar
magistralerares
magnusgroot; belangrijk
malusslecht
manêreblijven, wachten
mansipf. van manêre
mater, matrismoeder
materiamateriaal; onderwerp
mercator, mercatoriskoopman
meusmijn
miles, militissoldaat, militair
miserongelukkig, ellendig
modo(zo)juist; alleen, slechts
modo ... modo ...nu eens ... dan weer ...
monstrummonster
mores m mvleefwijze, karakter
mos, moris mgewoonte, gebruik
movêrebewegen, beïnvloeden; opwekken, ontroeren
movipf. van movêre
moxspoedig, weldra
mulier, mulierisvrouw
multusveel
namwant, namelijk
narrarevertellen
navigarevaren, bevaren
ne ... quidemzelfs niet, ook niet
-ne ?vraagwoordje
negareontkennen; weigeren
nemo, neminisniemand
nepos, nepotiskleinzoon
nequeen niet, ook niet, maar niet
neque ... nequeniet ... en ook niet; noch ... noch
nex, necis vdood, moord
nihilniets
nisials niet, tenzij
nominarenoemen, benoemen
nonniet
non iamniet meer, niet langer
nonne ?(dan) niet ?
nonnulli m mvenige, enkele
noswij
nosterons, onze
notusbekend
novusnieuw
num ?toch niet ? soms ?
nuncnu
observarein het oog houden, letten op; kijken naar
occideredoden, doodslaan
occidipf. van occidere
officiumtaak, plicht
oppidumstad
optarewensen
orarebidden (tot); smeken, vragen
pararevoorbereiden, gereedmaken
parvusklein
pater, patrisvader
patriavaderland
pauci m mvweinig, weinigen
paulumkorte tijd, even
pax, pacis vvrede
pecuniageld
pellereverdrijven, verslaan
pepulipf. van pellere
per + acc.door(heen); over(heen)
perderete gronde richten, vernietigen; verliezen
perdidipf. van perdere
periculumgevaar
perturbarein verwarring brengen
peteregaan naar; vragen, verlangen; aanvallen
petivipf. van petere
placêrebevallen, in de smaak vallen
plauderein de handen klappen, applaudisseren
plausipf. van plaudere
plebs, plebis v(lagere) volk
plenus (+ gen.)vol (van)
poposcipf. van poscere
populusvolk
poscereverlangen, eisen
possekunnen
post + acc.na
postealater, daarna
postquamnadat
potuipf. van posse
pretiumprijs
primo (bijwoord)eerst
privatuspersoonlijk, eigen
pro + abl.voor; in plaats van
prodereverraden
prodidipf. van prodere
profectowerkelijk, inderdaad
properarezich haasten
protegerebeschermen
protexipf. van protegere
provinciaprovincie
puellameisje
puerjongen
pugnagevecht
pugnarevechten, strijden
pulchermooi, knap
quaererezoeken, vragen
quaesivipf. van quaerere
quamquamhoewel, ofschoon
quantushoe / wat groot; hoe / wat veel
-queen
qui, quae, quoddie, dat
quid ?wat ?
quis ?wie ?
quo ?waarheen ?
quodomdat
quoqueook
quothoe / wat veel
reginakoningin
relinquereachterlaten, verlaten
reliquipf. van relinquere
removêreverwijderen
removipf. van removêre
respondêreantwoorden
respondipf. van respondêre
rex, regiskoning
ridêrelachen
ridêre + acc.uitlachen, lachen om
risipf. van ridêre
rogarevragen
RomanusRomeins; Romein
sacrificiumoffer
saepevaak, dikwijls
salutaregroeten, begroeten
salve / salvetehallo!
satis (bijwoord)genoeg; voldoende
scireweten, kennen
scribereschrijven
scripsipf. van scribere
se (acc. / abl.), sibi (dat.)zich
sedmaar
sedêrezitten
sedipf. van sedêre
seditio, seditionis vopstand, oproer
semperaltijd, steeds
senator, senatorissenator
sero (bijwoord)laat
servaslavin
servusslaaf
sials, indien
siczo, als volgt
simulacrumbeeld
sine + abl.zonder
situsgelegen, liggend
solêregewoon zijn
solusalleen
soror, sororiszus
spectaculumschouwspel
spectarezien, kijken (naar); bekijken
sperarehopen; verwachten
starestaan; blijven staan
statimmeteen, onmiddellijk
stetipf. van stare
studêrestuderen; willen; zijn best doen; proberen
subitoplotseling
sumerenemen
sumpsipf. van sumere
superbiahoogmoed, trots
sustinêreuithouden, verdragen; volhouden
suuszijn, haar, hun
tacêrezwijgen
tamzo
tamentoch, echter
tandemeindelijk, tenslotte
tantuszo groot, zo veel
templumtempel
tenêrehouden; vasthouden
terraland
timêrebang zijn (voor), vrezen
timor, timoris mangst, vrees
totzoveel
tragoediatragedie, treurspel
transportareoverbrengen
tribuereverlenen, geven
tribuipf. van tribuere
tribunustribuun
triumphustriomftocht
tujij
tejou
tumdan, vervolgens; toen
turbamenigte
tuusjouw
ubiwaar; zodra, toen
ubiqueoveral
unuséén
utzoals; als
uxor, uxorisechtgenote, vrouw
uxorem duceretrouwen
vacare + abl.vrij zijn van; niet hebben
vaderegaan, lopen
valdezeer
vale!het beste! dag!
venipf. van venire
veniavergeving
venirekomen
verbumwoord
vester (bezittelijk vnw.)jullie
viaatraat, weg
vicipf. van vincere
victor, victoris(over)winnaar
victoriaoverwinning
vicussteeg, straatje
vidêrezien
vidipf. van vidêre
vincereoverwinnen
vinumwijn
virman, kerel
vitaleven
vita cederesterven
vitam agereeen leven leiden
vituperareafkeuren, kritiek leveren, bekritiseren
vivereleven
vixipf. van vivere
vocareroepen; noemen
vosjullie (pers. vnw.)
votumgebed
vovêrebeloven; wijden
vovipf. van vovêre
vox, vocis vstem
vulnerareverwonden

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities