Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Les 13 t/m 16: woorden

Oefen je woordkennis en leer spelenderwijs de woorden van les 13 tot en met 16!

AB
opus, operiswerk, bouwwerk
a / ab + abl.vanaf
a / ab + abl. (bij passivum)door
aedificarebouwen, oprichten
fortunalot, geluk
quamhoe; als
amareverliefd zijn, beminnen, houden van
laederebeledigen, kwetsen
gignereverwekken, baren; voortbrengen
numerusgetal, aantal, menigte
exponereuitstallen, uiteenzetten; te vondeling leggen
lupuswolf
lupawolvin
servareredden, behouden
tempus, temporistijd
appropinquare + dat.naderen, eraan komen
pastor, pastorisherder
nomen, nominisnaam
diulange tijd, lang
forte (bijwoord)toevallig
avusgrootvader
frater, fratrisbroer
regnumrijk, koninkrijk; heerschappij
scelus, scelerismisdaad, misdrijf
iniuriaonrecht(vaardigheid)
agmen, agministroep, schare, stoet
propinquusnaburig, nabijgelegen
reddereteruggeven
conderestichten, bouwen
decernerebesluiten
tradereovergeven, overdragen, overleveren
irridêreuitlachen, bespotten
lacessereprikkelen, uitdagen
mutareveranderen
asperruw, ruig, scherp; hard, grof, streng
clarusduidelijk, helder, luid; beroemd
Romam (acc.)naar / in Rome
antiquusoud
GraecusGriek, Grieks
oppugnarebelegeren, bestormen
trans + acc.over(...heen)
mare, mariszee
dux, ducisleider, aanvoerder, veldheer
TroianusTrojaan, Trojaans
decemtien
summushoogst, grootst
viskracht, geweld
vires, virium (meerv.)krachten, strijdkrachten, strijdmacht, troepen
doluslist, bedrog
expugnareveroveren, innemen
ipsezelf
moenia, moenium (o. meerv.)(stads)muren
turris, turristoren
delêreverwoesten, vernietigen
monêrewaarschuwen; aansporen, aanraden; herinneren
comes, comitisbegeleider, metgezel
voluntas, voluntatiswil
ventuswind
adversustegenover(staand), tegen-
regio, regionisstreek, gebied
agitaredrijven, voortdrijven, opdrijven
Carthago, CarthaginisCarthago
coniunx, coniugisechtgenoot, echtgenote
fugavlucht
capesseregrijpen, pakken
vixnauwelijks
probusrechtschapen
animal, animalislevend wezen, dier
caelumhemel
tandemeindelijk uiteindelijk, ten slotte
tandem (bij imperativus)toch
sustinêreuithouden, verdrage; volhouden, weerstaan, standhouden (tegen)
portapoort
patêreopenstaan
castra, castrorum (o. meerv.)legerkamp
imprimisvooral
equuspaard
stupêreversteld staan, bewonderen
votumgebed; offergave
putaredenken, menen, beschouwen als
praecipitarestorten
cogitaredenken, bedenken, overwegen
accurrerekomen aanrennen, rennen naar
sacerdos, sacerdotispriester, priesteres
proculver (weg), van verre
credere + dat.geloven, vertrouwen
carêre + abl.niet hebben, missen; vrij zijn van
nescireniet weten
prudentiawijsheid, slimheid
praestare + dat. (+ abl.)overtreffen (in)
constarebestaan, vaststaan; bekend zijn
fraus, fraudisbedrog
latêreverborgen zijn, zich schuilhouden
ad + acc.naar, tot, tegen, bij
traheretrekken, slepen
negareontkennen, weigeren, zeggen dat niet
silvabos, woud
misericordiamedelijden
apparêreverschijnen, blijken, duidelijk zijn
oraculumorakel
statuereplaatsen, bouwen; vaststellen, besluiten
affirmareverzekeren, beweren
mitterezenden, sturen
oipprimereonderdrukken, overweldigen
punire(be)straffen
mors, mortisdood
navis, navisschip
vates, vatisziener, zieneres; profeet, profetes
sedes, sediszitplaats, zetel, stoel; woonplaats, woning
beatusgelukkig
sors, sortislot
gens, gentisgeslacht, stam, volk
animaadem, ziel, leven
monstraretonen, (aan)wijzen
lux, lucislicht
fatumlot, noodlot
docêre (+ 2 acc.)onderwijzen (iemand iets), informeren (iemand over iets)
ille, illa, illuddie, dat
regnare (+ gen.)koning zijn, heersen, regeren (over)
arx, arcisburcht
mons, montisberg
ponereplaatsen, (neer)zetten, (neer)leggen
urbs, urbisstad
iamal, reeds; spoedig, weldra
prodereonthullen, meedelen; overleveren, verraden
dicerezeggen, spreken; noemen, bedoelen
primuseerst
finis, finisgrens, einde, doel
orbis, orbiskring(loop)
orbis terrarumde aarde, de wereld
superbushoogmoedig, trots
civitas, civitatisstaat
auctor, auctorisdader, (aan)stichter, stamvader, schrijver
parêre + dat.gehoorzamen
imperiummacht, heerschappij; rijk; gebod, bevel
iustusrechtvaardig
parcere + dat.sparen
admonêrewaarschuwen; raadgeven; aansporen; herinneren
memoriageheugen, herinnering
litterae (v. meerv.)brief; wetenschap

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities