Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Les 1 t/m 24: woorden

Leer spelenderwijs de woorden van de lessen 1 tot en met 24!

AB
a / ab + abl.van(af); bij pass.: door
abducerewegvoeren; ontvoeren
abduxipf. van abducere
abundare + abl.in overvloed hebben
accederekomen (naar), aankomen, naderen
accessipf. van accedere
accideregebeuren
acciditpf. van accidere
accusareaanklagen, beschuldigen
ad + acc.naar; tot, tegen; bij
adeozo erg, zozeer
adiuvarehelpen
adiuvipf. van adiuvare
admonêrewaarschuwen; raadgeven; aansporen
aedificiumgebouw
aeternuseeuwig
agerakker, veld
ageredoen; handelen, onderhandelen
alii ... aliisommigen ... anderen
aliusander
alius ... aliusde een ... de ander
alterde een, de ander (van twee)
alter ... alterumelkaar
altushoog
amareverliefd zijn (op); houden van
ambularewandelen
amicavriendin
amicusvriend
amisipf. van amittere
amittereverliezen
amor, amoris mliefde
animusgeest, ziel, hart; gedachten; moed
in animo habêrevan plan zijn
annusjaar
ante + acc.voor
apud + acc.bij
araaltaar
asperruw, ruig; scherp, hard, grof; streng
atqueen
audaciamoed, overmoed; brutaliteit
audirehoren. luisteren
autemmaar, echter
auxiliumhulp
avegegroet! hallo!
bellumoorlog
bene (bijwoord)goed
bonusgoed
caedereneerslaan, doden; slaan
Caesar, CaesarisCaesar
carcer, carceris mkerker, gevangenis
carêre + abl.niet hebben; missen, vrij zijn van
cavêreoppassen, uitkijken; op zijn hoede zijn (voor)
cedere (+ abl.)weggaan (uit), verlaten
certezeker, ongetwijfeld, beslist
cessipf. van cedere
ceteri m mvoverige, rest
circumdareomgeven, omsingelen
circumdedipf. van circumdare
circuscircus, renbaan
cito (bijwoord)snel
clamareroepen, schreeuwen
clamor, clamoris mgeschreeuw, kreet
clarusberoemd; duidelijk, helder, luid
clauderesluiten, opsluiten
clausipf. van claudere
compararebijeenbrengen, op de been brengen
comprehenderegrijpen, begrijpen
comprehendipf. van comprehendere
concederetoestaan, afstaan, geven
concessipf. van concedere
conciliaretot stand brengen
conciliare sibivoor zich winnen
consiliumplan; raad, advies; beraadslagign; besluit
consul, consulisconsul
contentus (+ abl.)tevreden (met)
convenipf. van convenire
conveniresamenkomen; tegenkomen, ontmoeten; overeenkomen
copiavoorraad, overvloed
copiae mvtroepen
cucurripf. van currere
cum + abl.met, samen met
cum (voegwoord)toen; als, wanneer
cuncti m mvalle
cupidus (+ gen.)vol verlangen (naar)
curwaarom
curazorg, aandacht
curarezich bekommeren om; zorgen (voor), verzorgen
currerehard lopen, rennen
daregeven
de + abl.van, van ... af; over
deagodin
debêremoeten, hoeven
dedipf. van dare
deindedaarna
delectareverheugen, verblijden
deliberarenadenken (over)
descendereafdalen
descendipf. van descendere
deserereverlaten, in de steek laten
deseruipf. van deserere
deusgod
dicerezeggen; spreken, noemen, bedoelen
dictator, dictatorisdictator
didicipf. van discere
discedereweggaan
discereleren
discessipf. van discedere
disputare (de)bespreken; discussiëren (over)
diuturnuslangdurig
divitiae v mvrijkdom
dixipf. van dicere
docêreonderwijzen
doctusgeleerd, knap
dolêre (+ abl.)bedroefd zijn (over), treuren (om)
dominameesteres
dominusmeester, heer
donaregeven
donectotdat
donumgift, geschenk
dubitareaarzelen
ducereleiden, brengen
dumterwijl
duxipf. van ducere
e / ex + abl.uit, van
eccekijk!
educaregrootbrengen, opvoeden
egipf. van agere
egoik
memij
enimnamelijk, immers
essezijn
eten, ook
etiamook
etiamsiook al
evadereontkomen, ontsnappen
evasipf. van evadere
explêrevervullen, uitvoeren
explevipf. van explêre
exspectarewachten (op), verwachten
faberhandwerker
favêre + dat.gunstig gezind zijn, begunstigen
favipf. van favêre
ferebijna, ongeveer
filiadochter
filiuszoon
fingerevormen, bedenken
finireeen einde maken aan, afmaken
finxipf. van fingere
firmussterk, stevig
fortassemisschien
fortunageluk; lot
forumforum, markt(plein)
frustra (bijwoord)tevergeefs
fuipf. van esse
gaudêrezich verheugen, blij zijn
gaudiumvreugde, plezier
genuipf. van gignere
gignerebaren; verwekken, voortbrengen
gladiator, gladiatorisgladiator
gladiuszwaard
gloriaroem, eer
GraeciaGriekenland
habêrehebben, houden
heres, herediserfgenaam
hichier
hodievandaag
homo, hominismens, man
honor, honoris meer(bewijs)
horauur
iacêreliggen
iamal, reeds; spoedig, weldra
ibidaar
igiturdus, daarom
imminêre + dat.dreigen, bedreigen
imperator, imperatorisveldheer, keizer
imperiummacht, heerschappij; rijk; gebod, bevel
in + abl.in, op; bij
in + acc.in, naar
inimicusvijand, vijandig
iniustusonrechtvaardig
inquitzegt (hij)
insidiae v mvhinderlaag, aanslag
insulaeiland
inter + acc.tussen, onder; te midden van; tijdens
intrarebinnen komen / gaan
invenipf. van invenire
invenirevinden, ontdekken
invidiaafgunst, jaloezie
irawoede, toorn
is, ea, idhij, zij, het; deze, dit, die, dat
itaquedaarom, dus
iterumweer, opnieuw
iterum atque iterumtelkens weer
iuvathet is leuk, het is prettig
iuvat mehet doet me plezier, ik vind het leuk / prettig
iuvitpf. van iuvat
laborarehard werken, zich inspannen
laetusblij, vrolijk
latusbreed
laudareprijzen
legerelezen
legipf. van legere
legio, legionislegioen
liber (zelfst. nw.)boek
liber (bijv. nw.)vrij
liberare (+ abl.)bevrijden (van)
licethet is mogelijk, het is geoorloofd
licet mihiik mag
litteraletter
litterae mvbrief; wetenschap
locusplaats
luderespelen
ludusspel, school
lusipf. van ludere
maestustreurig, bedroefd
magis (bijwoord)meer, liever
magisterleraar
magistralerares
magnusgroot; belangrijk
malusslecht
manêreblijven, wachten
mansipf. van manêre
mater, matrismoeder
materiamateriaal; onderwerp
mercator, mercatoriskoopman
meusmijn
miles, militissoldaat, militair
miserongelukkig, ellendig
modo(zo)juist; alleen, slechts
modo ... modo ...nu eens ... dan weer ...
monstrummonster
mores m mvleefwijze, karakter; gedrag, levenswandel
mos, moris mgewoonte, gebruik
movêrebewegen, beïnvloeden; opwekken, ontroeren
movipf. van movêre
moxspoedig, weldra
mulier, mulierisvrouw
multusveel
namwant, namelijk
narrarevertellen
navigarevaren, bevaren
ne ... quidemzelfs niet, ook niet
-ne ?vraagwoordje
negareontkennen; weigeren; zeggen dat niet
nemo, neminisniemand
nepos, nepotiskleinzoon
nequeen niet, ook niet, maar niet
neque ... nequeniet ... en ook niet; noch ... noch
nex, necis vdood, moord
nihilniets
nisials niet, tenzij
nominarenoemen, benoemen
nonniet
non iamniet meer, niet langer
nonne ?(dan) niet ?
nonnulli m mvenige, enkele
noswij
nosterons, onze
notusbekend
novusnieuw
num ?toch niet ? soms ?
nuncnu
observarein het oog houden, letten op; kijken naar
occideredoden, doodslaan
occidipf. van occidere
officiumtaak, plicht
oppidumstad
optarewensen
orarebidden (tot); smeken, vragen
pararevoorbereiden, gereedmaken
parvusklein
pater, patrisvader
patriavaderland
pauci m mvweinig, weinigen
paulumkorte tijd, even
pax, pacis vvrede
pecuniageld
pellereverdrijven, verslaan
pepulipf. van pellere
per + acc.door(heen); over(heen); tijdens, gedurende, in
perderete gronde richten, vernietigen; verliezen
perdidipf. van perdere
periculumgevaar
perturbarein verwarring brengen
peteregaan naar; vragen, verlangen; aanvallen; trachten te bereiken, streven naar, halen
petivipf. van petere
placêrebevallen, in de smaak vallen
plauderein de handen klappen, applaudisseren
plausipf. van plaudere
plebs, plebis v(lagere) volk
plenus (+ gen.)vol (van)
poposcipf. van poscere
populusvolk
poscereverlangen, eisen
possekunnen
post + acc.na
postealater, daarna
postquamnadat
potuipf. van posse
pretiumprijs
primo (bijwoord)eerst
privatuspersoonlijk, eigen
pro + abl.voor; in plaats van
prodereverraden; onthullen, meedelen, overleveren
prodidipf. van prodere
profectowerkelijk, inderdaad
properarezich haasten
protegerebeschermen
protexipf. van protegere
provinciaprovincie
puellameisje
puerjongen
pugnagevecht; strijd, slag
pugnarevechten, strijden
pulchermooi, knap
quaererezoeken, vragen
quaesivipf. van quaerere
quamquamhoewel, ofschoon
quantushoe / wat groot; hoe / wat veel
-queen
qui, quae, quoddie, dat; welk(e)? wat voor (een)?
quid ?wat ?
quis ?wie ?
quo ?waarheen ?
quodomdat
quoqueook
quothoe / wat veel
reginakoningin
relinquereachterlaten, verlaten
reliquipf. van relinquere
removêreverwijderen
removipf. van removêre
respondêreantwoorden
respondipf. van respondêre
rex, regiskoning
ridêrelachen
ridêre + acc.uitlachen, lachen om
risipf. van ridêre
rogarevragen
RomanusRomeins; Romein
sacrificiumoffer
saepevaak, dikwijls
salutaregroeten, begroeten
salve / salvetehallo!
satis (bijwoord)genoeg; voldoende
scireweten, kennen
scribereschrijven
scripsipf. van scribere
se (acc. / abl.), sibi (dat.)zich
sedmaar
sedêrezitten
sedipf. van sedêre
seditio, seditionis vopstand, oproer
semperaltijd, steeds
senator, senatorissenator
sero (bijwoord)laat; te laat
servaslavin
servusslaaf
sials, indien
siczo, als volgt
simulacrumbeeld
sine + abl.zonder
situsgelegen, liggend
solêregewoon zijn
solusalleen
soror, sororiszus
spectaculumschouwspel
spectarezien, kijken (naar); bekijken
sperarehopen; verwachten
starestaan; blijven staan
statimmeteen, onmiddellijk
stetipf. van stare
studêrestuderen; willen; zijn best doen; proberen
subitoplotseling
sumerenemen
sumpsipf. van sumere
superbiahoogmoed, trots
sustinêreuithouden, verdragen; volhouden; weerstaan, standhouden (tegen)
suuszijn, haar, hun
tacêrezwijgen
tamzo
tamentoch, echter
tandemeindelijk, tenslotte; uiteindelijk
tantuszo groot, zo veel
templumtempel
tenêrehouden; vasthouden
terraland
timêrebang zijn (voor), vrezen
timor, timoris mangst, vrees
totzoveel
tragoediatragedie, treurspel
transportareoverbrengen
tribuereverlenen, geven
tribuipf. van tribuere
tribunustribuun
triumphustriomftocht
tujij
tejou
tumdan, vervolgens; toen
turbamenigte
tuusjouw
ubiwaar; zodra, toen
ubiqueoveral
unuséén
utzoals; als
uxor, uxorisechtgenote, vrouw
uxorem duceretrouwen
vacare + abl.vrij zijn van; niet hebben
vaderegaan, lopen
valdezeer
vale!het beste! dag!
venipf. van venire
veniavergeving
venirekomen
verbumwoord
vester (bezittelijk vnw.)jullie
viaatraat, weg
vicipf. van vincere
victor, victoris(over)winnaar
victoriaoverwinning
vicussteeg, straatje
vidêrezien
vidipf. van vidêre
vincereoverwinnen
vinumwijn
virman, kerel
vitaleven
vita cederesterven
vitam agereeen leven leiden
vituperareafkeuren, kritiek leveren, bekritiseren
vivereleven
vixipf. van vivere
vocareroepen; noemen
vosjullie (pers. vnw.)
votumgebed; offergave
vovêrebeloven; wijden
vovipf. van vovêre
vox, vocis vstem
vulnerareverwonden
abductusppp van abducere
abicere, -iowegwerpen, neerwerpen
abiecipf. van abicere
abiectusppp van abicere
accessumppp van accedere
accurrerekomen aanrennen, rennen naar
accurripf. van accurrere
acer, acrisscherp, streng, hard
actusppp van agere
adducerebrengen naar
adductusppp van adducere
adduxipf. van adducere
adesseaanwezig zijn, er zijn
adfuipf. van adesse
adhibêreaanwenden, gebruiken; erbij halen/betrekken
adiutusppp van adiuvare
admiratio, admirationisbewondering
adversariustegenstander
adversustegenover(staand), tegen-
adversus (+ acc.)tegen
aedificarebouwen, oprichten
aedis, aedistempel
aedes, aedium (meerv.)huis
agitaredrijven, voortdrijven, opdrijven
affirmareverzekeren, beweren
agmen, agministroep, schare, stoet
agnoscere(leren) kennen, onderkennen
agnoviperf. van agnoscere
amissusppp. van amittere
animaadem, ziel, leven
animal, animalislevend wezen, dier
antiquusoud
apparêreverschijnen, blijken, duidelijk zijn
appellarenoemen
appropinquare + dat.naderen, eraan komen
arcêreafweren, afhouden
argentumzilver
arx, arcisburcht
aspectus, -usaanblik
atmaar
atriumatrium, hal
atrox, atrocisafgrijselijk, gruwelijk, verschrikkelijk
auctor, auctorisdader, (aan)stichter, stamvader, schrijver
auctusppp. van augêre
augêrevermeerderen, vergroten
aurumgoud
auxipf. van augêre
avusgrootvader
beatusgelukkig
bestiabeest
bonumhetgoede
bona (onz. meerv.)have en goed, goederen
brevis, -iskort
caderevallen
caelumhemel
caesusppp van caedere
capere, -iogrijpen, pakken, nemen; gevangennemen; innemen
capesseregrijpen, pakken
capessitusppp van capessere
capessivipf. van capessere
captivus(krijgs)gevangene
captusppp van capere
caput, capitishoofd, kop
carmen, carminislied, gedicht
Carthago, CarthaginisCarthago
castra, castrorum (mv)legerkamp
causaoorzaak, reden
cautumppp van cavêre
cavipf. van cavêre
cécidipf. van cadere
cecídipf. van caedere
celer, celerissnel
celeritas, celeritatissnelheid
cepipf. van capere
certuszeker, betrouwbaar
pro certo habêrevoor zeker houden
cessumppp van cedere
ceterumoverigens, verder
circumdatusppp van circumdare
civis, civisburger, medeburger
civitas, civitatisstaat; burgerrecht
clades, cladisnederlaag
clamin het geheim
classis, classisvloot
claususppp van claudere
clemens, clementismild, toegeeflijk, vriendelijk, aardig
coactusppp van cogere
coegipf. van cogere
coercêrein bedwang houden; (be)straffen
cogerebijeenbrengen, verzamelen; dwingen
cogitaredenken, bedenken, overwegen
cognitusppp van cognoscere
cognoscerevernemen; (op)merken; herkennen
cognovipf. van cognoscere
comes, comitisbegeleider, metgezel
commisipf. van committere
commissusppp van commitere
committeretot stand brengen
commotusppp van commovêre
commovêrebewegen, ertoe brengen
commovipf. van commovêre
communis, communisgemeenschappelijk, algemeen
comprehensusppp van comprehendere
concessusppp van concedere
conderestichten, bouwen
condidipf. van condere
conditusppp van condere
confecipf. van conficere
confectusppp van conficere
conficere, -io(af)maken, voltooien
confirmarebevestigen, versterken, bemoedigen
confugere, -iovluchten, zijn toevlucht nemen
confugipf. van confugere
coniunx, coniugisechtgenote; echtgenoot
conscenderebestijgen, beklimmen, aan boord gaan
conscendipf. van conscendere
conscensusppp van conscendere
consedipf. van considere
consideregaan zitten, plaatsnemen
constans, constantisstandvastig, vastberaden
constantiavastberadenheid
constarebestaan, vast staan, bekend zijn
constitipf. van constare
consulereberaadslagen, overleggen, overwegen
consulere + dativuszorgen voor
consulere + accusativusom raad vragen, raadplegen
consulere in + acc.optreden tegen, behandelen
consultusppp van consulere
consuluipf. van consulere
contra (+ acc.)tegen, tegenover
conventumppp van convenire
corpus, corporislichaam, lijk, lijf
correctusppp van corrigere
correxipf. van corrigere
corrigereverbeteren, corrigeren
credere + dativusgeloven, vertrouwen
credidipf. van credere
creditusppp van credere
crinis, crinishaar
crudelis, crudeliswreed, meedogenloos
crudelitas, crudelitatiswreedheid
culpaschuld
cum + coni.toen; omdat
cupere, -iobegeren, verlangen, willen, wensen
cupiditas, cupiditatisbegeerte, verlangen
cupitusppp van cupere
cupivipf. van cupere
curiacuria, senaatsgebouw
currus, -uswagen
cursumppp van currere
custos, custodisbewaker
damnumschade, nadeel
datusppp van dare
decemtien
decernerebesluiten
decretusppp van decernere
decrevipf. van decernere
decus, decorissieraad, eer, roem
dedereovergeven, uitleveren
se dederezich overgeven
dedidipf. van dedere
deditusppp van dedere
deesseontbreken, weg zijn
defendereafweren, verdedigen, beschermen
defuipf. van deesse
delêreverwoesten, vernietigen
deletusppp van delêre
delevipf. van delêre
demum (bijwoord)pas
dens, dentistand
descensumppp van descendere
describereoverschrijven
descripsipf. van describere
descriptusppp van describere
desertusppp van deserere
deterrêreafschrikken
dictusppp van dicere
direptusppp van diripere
diripere, -ioplunderen, verwoesten
diripuipf. van diripere
discessumppp van discedere
discordiatweedracht, onenigheid
discrimen, discriminisonderscheid; gevaar, gevaarlijke situatie
disponereverdelen, ordenen
dispositusppp van disponere
disposuipf. van disponere
diulange tijd, lang
docêre + 2 acc.onderwijzen (iemand iets), informeren (iemand over iets)
doluslist, bedrog
ductusppp van ducere
duotwee
duodecimtwaalf
durushard, hardvochtig
dux, ducisleider, aanvoerder, veldheer
effugere, -io(ont)vluchten, ontsnappen
effugipf. van effugere
elephantusolifant
emerekopen
emipf. van emere
emptusppp van emere
eques, equitisruiter, ridder
equuspaard
et ... etzowel ... als
evasusppp van evadere
exercitus, -usleger
expletusppp van explere
exponereuitstallen; uiteenzetten; te vondeling leggen; tentoonstellen
expositusppp van exponere
exposuipf. van exponere
expugnareveroveren, innemen
fabulaverhaal, fabel
facere, -iomaken, doen
facilisgemakkelijk
factusppp van facere
facultas, facultatismogelijkheid, gelegenheid
fatumlot, noodlot
fautumppp van favêre
fecipf. van facere
ferrumijzer; wapen, zwaard
fictusppp van fingere
finis, finisgrens, einde, doel
flêrehuilen
flereppp van flêre
flevipf. van flêre
fluctus, -usgolf, stroom
flumen, fluminisrivier, stroom
forte (bijwoord)toevallig
fortis, -isdapper
frater, fratrisbroer
fraus, fraudisbedrog
fugavlucht
fugareop de vlucht jagen, verjagen, verdrijven
fugere, -io (+ acc.)vluchten (voor), ontvluchten, ontkomen
fugipf. van fugere
fundamentumfundament, basis
genitusppp van gignere
gens, gentisgeslacht, stam, volk
GraecusGriek, Grieks
gratiadank, gunst
gratias agere + dativus(be)danken
habitarewonen, bewonen
habitus, -ushouding, dracht, kleding; toestand
hic, haec, hocdeze, dit
hiems, hiemiswinter
horrêre (+ acc.)huiveren (voor), ontzet zijn (over)
hortustuin
hospes, hospitisgast; gastheer
hostis, hostisvijand
iacere, -iowerpen, gooien
iactusppp van iacere
iecipf. van iacere
ignorareniet weten, niet kennen
non ignoraregoed weten, goed kennen
ille, illa, illuddie, dat
imago, imaginisbeeld
impetraregedaan krijgen, verkrijgen
impetus, -usaanval
imprimisvooral
incredibilis, -isongelooflijk, verbazingwekkend
indevandaar, daarvandaan
ingens, ingentisreusachtig, enorm
iniuriaonrecht(vaardigheid)
interdumsoms, af en toe
interfecipf. van interficere
interfectusppp van interficere
interficere, -iododen, ombrengen
intra (+ acc.)binnen
inventusppp van invenire
ipsezelf
iratusboos, woedend
irridêreuitlachen, bespotten
irrisipf. van irridêre
irrisusppp van irridêre
itazo
iter, itinerisweg, pad; reis, tocht
iubêrebevelen, opdragen; + inf. laten
iudiciumrechtbank; vonnis
ius, iurisrecht; rechtsregel
iussipf. van iubêre
iussusppp van iubêre
iustusrechtvaardig
labor, laboriswerk, inspanning; moeite, leed
lacessereprikkelen, uitdagen
lacessitusppp van lacessere
lacessivipf. van lacessere
laederebeledigen, kwetsen
laesipf. van laedere
laesusppp van laedere
latêreverborgen zijn, zich schuilhouden
laus, laudislof, roem
lectus (ppp)ppp van legere: lezen
lectusbed, aanligbed
legatusgezant
lex, legiswet
libertas, libertatisvrijheid
litus, litoriskust, strand
lumen, luminislicht
lupawolvin
lupuswolf
lususppp van ludere
lux, lucislicht
magistratus, -usmagistraat, ambt
mansumppp van manêre
mare, mariszee
matrona(getrouwde) vrouw
memoriageheugen, herinnering
metus, -usvrees
mille1000
miscêremengen, verwarren, in de war sturen
miscuipf. van miscêre
misericordiamedelijden
misipf. van mittere
missusppp van mittere
mitterezenden, sturen
mixtusppp van miscêre
modusmaat, wijze, manier
moenia, moenium(stads)muren
monêrewaarschuwen, aansporen, aanraden, herinneren
mons, montisberg
monstraretonen, (aan)wijzen
mors, mortisdood
mortalis, -issterfelijk, vergankelijk; sterveling, mens
mortuusgestorven, dood
motusppp van movêre
multitudo, multitudinismenigte, massa
mutareveranderen
naturanatuur, aard
nautazeeman, matroos
navis, navisschip
ne + coni.dat niet, opdat niet, om niet te
necen niet, ook niet, maar niet
necaredoden, ombrengen
nefasonrecht, zonde
nescireniet weten
nobilis, -isaanzienlijk, voornaam, van adel
nomen, nominisnaam
nullusgeen
numerusgetal, aantal, menigte
numquamnooit
nuntiaremelden, berichten
nuntiusbode
nuperonlangs, kortgeleden
nusquamnergens
obsedipf. van obsidêre
obsessusppp van obsidêre
obsidêrebelegeren, bezetten
obtemperare (+ dativus)gehoorzamen
obviustegemoet komend
occisusppp van occidere
occuparebezetten, in bezit nemen
occupatus (+ abl.)druk bezig (met)
odiumhaat
omen, ominisvoorteken
omnis, -isieder, elk; geheel; alle
oportethet is nodig; het behoort
oppressipf. van opprimere
oppressusppp van opprimere
opprimereonderdrukken; overweldigen
oppugnarebelegeren; bestormen
opus est + abl.... is nodig
opus, operiswerk; bouwwerk
oraculumorakel
orbis, orbiskring(loop)
orbis terrarumde aarde, de wereld
parcere (+ dativus)sparen
parêre (+ dativus)gehoorzamen
parere, -ioverwerven, behalen
pars, partisdeel
partusppp van parere
parumte weinig
pastor, pastorisherder
patêreopenstaan
patres (meervoud)senatoren
pedes, peditisinfanterist
pepercipf. van parcere
peperipf. van parere
perditusppp van perdere
perfecipf. van perficere
perfectusppp van perficere
perficere, -ioafmaken, voltooien
periculosusgevaarlijk
permotusppp van permovêre
permovêreheftig bewegen, schokken; verontrusten
permovipf. van permovêre
perseverarevolharden, doorgaan, volhouden
perterrêrehevig laten schrikken, erg bang maken
petitusppp van petere
piratazeerover, piraat
plaususppp van plaudere
poenastraf, boete
poenas daregestraft worden
ponereplaatsen, (neer)zetten, (neer)leggen
portapoort
portaredragen, brengen
positusppp van ponere
post (bijwoord)later, daarna
posuipf. van ponere
praecipitarestorten
praedabuit
praestare (+ dat.) (+ abl.)(iemand) overtreffen (in)
praestitipf. van praestare
praestitusppp van praestare
praeter + acc.behalve
praetereabovendien
praetor, praetorispretor
premeredrukken; in het nauw brengen
pressipf. van premere
pressusppp van premere
primuseerst
princeps, principisleider
priusquamvoordat
privare + abl.beroven van
probusrechtschapen
proculver (weg), van verre
proditusppp van prodere
proeliumgevecht, strijd
proelium committereeen gevecht aangaan / beginnen
propinquusnaburig, nabijgelegen
propositumplan, voornemen
protectusppp van protegere
prudens, prudentisverstandig, wijs
prudentiawijsheid, slimheid
publicumhet openbare leven, 'de straat'
publicusvan de staat, staats-, openbaar, publiek
pulsusppp van pellere
punire(be)straffen
putaredenken, menen, beschouwen als
qua de causawaarom, daarom
quaesitusppp van quaerere
quaestor, quaestorisschatmeester
qualis?hoedanig? wat voor (een)?
quamhoe; als
quattuorvier
quidameen (zekere)
quidam (meervoud)sommige, enige
quietusrustig
quinquevijf
ratio, rationisrede, verstand
recepipf. van recipere
receptusppp van recipere
recipere, -ioopnemen, ontvangen
se reciperezich terugtrekken
reddereteruggeven
reddidipf. van reddere
redditusppp van reddere
regio, regionisstreek, gebied
regnare (+ gen.)koning zijn, heersen, regeren (over)
regnumrijk, koninkrijk, heerschappij
relictusppp van relinquere
religio, religionisgodsdienst; bijgeloof; godsdienstige vrees
remotusppp van removêre
respectusppp van respicere
respexipf. van respicere
respicere, -ioomkijken, denken aan, zorgen voor, rekening houden met
responsusppp van respondêre
risusppp van ridêre
Romamnaar / in Rome
sacerdos, sacerdotispriester, priesteres
salus, salutisgezondheid, welzijn; redding
salutem dicere + dat.groeten
salvusbehouden, intact
scelus, scelerismisdaad, misdrijf
scriptusppp van scribere
sedes, sediszitplaats, zetel, stoel; woonplaats, woning
senatus, -ussenaat
senectus, senectutisouderdom
sensipf. van sentire
sensusppp van sentire
sententiamening, voorstel, wil
sentire(be)merken, voelen
servareredden, behouden
sessumppp van sedêre
silentiumstilte, rust
silvabos, woud
simularedoen alsof
sineretoelaten, toestaan, laten
situs (ppp)ppp van sinere
situsgelegen, liggend
sivipf. van sinere
sociusdeelgenoot, partner; bondgenoot
sollicitareongerust maken, verontrusten
sollicitudo, sollicitudinisbezorgdheid, zorg, ongerustheid
sonareklinken, weerklinken
sonuipf. van sonare
sors, sortislot
spatiumruimte, tijd(sruimte)
statuereplaatsen, bouwen; vaststellen, besluiten
statuipf. van statuere
statumppp van stare
statutusppp van statuere
stupêreversteld staan, bewonderen
sublatusppp van tollere
summushoogst, grootst
sumptusppp van sumere
superareovertreffen, overwinnen, verslaan
superbushoogmoedig, trots
superesseover zijn, overleven
supplex, supplicissmekend; smekeling
sustulipf. van tollere
tabulaplank, plaat; wetstafel
tandem (bij imperativus)toch
tantumslechts, alleen
tardustraag, langzaam, laat
tempus, temporistijd
terrêrelaten schrikken, bang maken
timêre ne + coni.vrezen dat
tollereopheffen, aanheffen, wegnemen
totus(ge)heel
tractusppp van trahere
tradereovergeven, overdragen, overleveren
tradidipf. van tradere
traditusppp van tradere
traheretrekken, slepen
traicere, -iooverzetten; oversteken
traiecipf. van traicere
traiectusppp van traicere
trans + acc.over(...heen)
traxipf. van trahere
tribunatus, -ustribunaat
tribunus militumkrijgstribuun, officier
tribunus plebisvolkstribuun
tributusppp van tribuere
tristis, trististreurig, droevig
TroianusTrojaan; Trojaans
tubatrompet
tumultus, -ustumult, opschudding, onrust, verwarring
turpis, turpisschandelijk, smadelijk
turris, turristoren
tutusveilig
tyrannustiran
umquamooit
undevanwaar? waarvandaan?
urbs, urbisstad
ut + coni.dat, opdat, om te; zodat
utilis, utilisnuttig, geschikt
valêregezond zijn, sterk zijn; gelden
valuipf. van valêre
vates, vatisziener, zieneres; profeet, profetes
vehemens, vehementisheftig, hevig, sterk
vehementer (bijwoord)zeer, hevig, heftig
ventumppp van venire
ventuswind
victumppp van vivere
victusppp van vincere
vincirebinden, boeien
vinctusppp van vincire
vinxipf. van vincire
virtus, virtutisdapperheid, moed
viskracht, geweld
vires, viriumkrachten, strijdkrachten, strijdmacht, troepen
visusppp van vidêre
vixnauwelijks
voluntas, voluntatiswil
votusppp van vovêre
vultus, -usgezicht

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities