Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

uitdrukkingen niveau 3

AB
Achter de wolken schijnt de zon.Na moeilijke tijden komen ook weer betere tijden.
Als er één schaap over de dam is, volgen er meer.Als er één iets doet, doen de anderen het ook.
Als het kalf verdronken is, dempt men de put.Er wordt pas iets aan gedaan als het te laat is.
Blaffende honden bijten niet.Iemand met een grote mond doet je meestal niets.
Boontje komt om zijn loontje.Je verdiende loon krijgen.
De aap komt uit de mouw.Het wordt nu duidelijk wat er is bedoeld.
De handen uit de mouwen steken.Flink aan het werk gaan.
De kaas niet van het brood laten eten.Voor jezelf opkomen.
De kat uit de boom kijken.Eerst kijken hoe anderen het doen.
De lakens uitdelen.De baas zijn.
De poppen aan het dansen hebben.Problemen krijgen.
De puntjes op de i zetten.Je werk heel precies afmaken.
De spijker op zijn kop slaan.Precies dat zeggen waar het om gaat.
Door de mazen van het net kruipen.Ergens net aan ontsnappen.
Door de zure appel heen bijten.Iets doen waar je tegenop ziet.
Door het oog van de naald kruipen.Op het nippertje aan een gevaar ontkomen.
Een ezel stoot zich niet tweemaal aan dezelfde steen.Een fout niet twee keer maken.
Een goed begin is het halve werk.Als je je werk goed voorbereidt, ben je snel klaar.
Een ongeluk zit in een klein hoekje.Er kan altijd iets onverwachts gebeuren.
Een oogje in het zeil houden.Een beetje toezicht houden.
Een wit voetje bij iemand halen.Bij iemand in de gunst komen.
Eieren voor zijn geld kiezen.Ergens genoegen meenemen.
Eigen haard is goud waard.Je eigen huis is het fijnste.
Er is geen vuiltje aan de lucht.Er dreigt helemaal geen gevaar.
Ergens een slaatje uit slaan.Financieel voordeel uit iets weten te halen.
Geld over de balk gooien.Geld uitgeven aan nutteloze dingen.
Goedkoop is duurkoop.Wie weinig geld wil uitgeven, heeft later vaak extra kosten.
Haantje de voorste zijn.Er altijd als eerste bij zijn.
Haastige spoed is zelden goed.Iets dat je snel doet, gebeurt meestal niet goed.
Het beste paard van stal.De beste persoon van een groep.
Het is niet alles goud wat er blinkt.Dingen lijken mooier dan ze in werkelijkheid zijn.
Het klappen van de zweep kennen.Goed op de hoogte zijn van iets.
Het onderspit delven.Verliezen.
Het roer omgooien.Het heel anders gaan doen.
Hij heeft de klok horen luiden maar hij weet niet waar de klepel hangt.Wel van iets gehoord hebben maar het niet precies weten.
Hoe meer zielen, hoe meer vreugd.Hoe meer mensen, hoe leuker het wordt.
Hoge bomen vangen veel wind.Als je belangrijk werk doet, krijg je ook vaak kritiek.
Hoge ogen gooien.Veel kans maken.
Honger maakt rauwe bonen zoet.Als je echt honger hebt, smaakt alles.
Iemand de hand boven het hoofd houden.Iemand in bescherming nemen.
Iemand de les lezen.Iemand eens flink de waarheid zeggen.
Iemand het gras voor de voeten wegmaaien.Iemand net voor zijn.
Iemand knollen voor citroenen verkopen.Iemand bedriegen.
Iemand met de nek aankijken.Iemand behandelen alsof hij minder waard is.
Iemand om de tuin leiden.Iemand voor de gek houden.
Iemand onder vier ogen spreken.Iemand alleen spreken.
Iemand op de vingers tikken.Iemand erop wijzen dat hij iets verkeerds doet.
Iemand van het kastje naar de muur sturen.Iemand voor niets ergens naar toesturen.
Iets door de vingers zien.Iets toelaten.
Iets niet onder stoelen of banken steken.Er niet geheimzinnig over doen.
Iets zwart op wit hebben.Bewijs op papier hebben.
In de piepzak zitten.Bang zijn.
In geen velden of wegen.Nergens.
In hetzelfde schuitje zitten.In dezelfde omstandigheden zitten.
Je moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is.Je moet geen geld uitgeven voordat je het verdiend hebt.
Je moet geen slapende honden wakker maken.Je moet geen aandacht geven aan iets dat slecht kan aflopen.
Je moet het ijzer smeden als het heet is.Gebruik maken van een goede gelegenheid.
Je schaapjes op het droge hebben.Genoeg geld verdiend hebben om niet meer te hoeven werken.
Je weet nooit hoe een koe een haas vangt.Iets wat onmogelijk lijkt, kan toch lukken.
Jong geleerd, oud gedaan.Alles wat je in je jeugd leert, vergeet je niet meer.
Kleine potjes hebben grote oren.Kleine kinderen horen meer dan je denkt.
Kleren maken de man.Wie zich netjes kleedt, maakt een goede indruk.
Leven als kat en hond.Altijd ruzie hebben.
Met de deur in huis vallen.Onmiddellijk zeggen wat je bedoelt.
Met de hakken over de sloot.Iets maar net halen.
Met de mond vol tanden staan.Niets weten te zeggen in een situatie.
Met de noorderzon vertrekken.Stiekem weggaan.
Met de pet naar iets gooien.Ergens niet je best op doen.
Met het verkeerde been uit bed stappen.Een slecht humeur hebben.
Met je neus in de boter vallen.Geluk hebben.
Met lood in de schoenen lopen.Ergens tegenop zien.
Met vlag en wimpel.Met een uitstekend resultaat.
Naar iemands pijpen dansen.Doen wat een ander wil of zegt.
Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.Wie niet uit vrije wil meedoet, die wordt gedwongen.
Niet op je mondje gevallen zijn.Altijd klaar staan met een antwoord.
Niets om het lijf hebben.Niet belangrijk zijn.
Nog een appeltje met iemand te schillen hebben.Nog een hartig woordje met iemand moeten praten.
Onder één hoedje spelen.Stiekem samenwerken.
Op alle slakken zout leggen.Opmerkingen maken over kleinigheden.
Op je woorden passen.Opletten wat je zegt.
Op zwart zaad zitten.Geen geld meer hebben.
Oude koeien uit de sloot halen.Praten over wat lang geleden gebeurd is.
Over koetjes en kalfjes praten.Over onbelangrijke dingen praten.
Over smaak valt niet te twisten.Iedereen heeft zijn eigen voorkeur.
Overal je neus in steken.Je overal mee bemoeien.
Poolshoogte nemen.Zelf kijken hoe het gaat.
Spijkers op laag water zoeken.Nare opmerkingen maken over iets onbelangrijks.
Uit de school klappen.Geheimen verraden.
Uit je duim zuigen.Een verhaal verzinnen.
Van alle markten thuis zijn.Overal iets van weten.
Van de hak op de tak springen.Voortdurend van gespreksonderwerp veranderen.
Van de wal in de sloot raken.De situatie wordt nog slechter.
Van een mug een olifant maken.Iets erg overdrijven, erger maken dan het is.
Vele handen maken licht werk.Met veel hulp is het werk snel gedaan.
Voor een appel en een ei.Voor een te lage prijs.
Wat in het vat zit, verzuurt niet.Het is prettig om iets te goed te hebben.
Wie het eerst komt, wie het eerst maalt.Wie het eerst komt, wordt het eerst geholpen.
Wie het laatst lacht, lacht het best.Pas als alles is afgelopen, kun je zien wie er het beste afkomt.
Zich uit de voeten maken.Er snel vandoor gaan.
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.In je eigen huis vind je het het fijnst.


Lerares Nederlands als tweede taal
Stand-By Bussum
Bussum

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities