| A | B |
| Daar IS brand uitgebroken! | persoonsvorm |
| OP HET TERREIN VAN DE CACAOFABRIEK is een grote brand uitgebroken. | bijwoordelijke bepaling |
| DE BRANDWEER heeft de brand bestreden. | onderwerp |
| De brandweerkorpsen van Venlo en Blerick hebben DE UITSLAANDE BRAND bestreden. | lijdend voorwerp |
| Het verkeer IS door de politie OMGELEID. | werkwoordelijk gezegde |
| Mijn vader vertelde DE KINDEREN een verhaaltje. | meewerkend voorwerp |
| Mevrouw Pol IS ERG LEUK. | naamwoordelijk gezegde |
| De concierge vertelde mij een GOEDE mop. | bijvoeglijke bepaling |