Java Games: Flashcards, matching, concentration, and word search.

Cursus Latijn : woorden (1t/m19)

Leer spelenderwijs de woorden van les 1 t/m 19!

AB
essezijn
possekunnen
amarebeminnen
ambularewandelen
armare(be)wapenen
daregeven
habitare(be)wonen
imperareheersen; bevelen
notareopmerken
oraresmeken; bidden
ornare(ver)sieren
pugnarestrijden
vocareroepen; noemen
debêremoeten; verschuldigd zijn
habêrehebben
placêrebehagen
tacêrezwijgen
terrêreverschrikken, bang maken
timêrevrezen, bang zijn
valêregezond zijn
vidêrezien
carpereplukken
cederegaan, wijken
clauderesluiten
consulereraadplegen
defendereverdedigen
dicerezeggen
discereleren
dividereverdelen
ducereleiden
luderespelen
scribereschrijven
vincereoverwinnen
aperireopenen
audirehoren
haurirescheppen, putten
punirestraffen
reperirevinden
sentirevoelen, merken
sepelirebegraven
venirekomen
agricolaboer
BelgaBelg
casahuisje, hut
causaoorzaak
copiavoorraad
copiaetroepen
feminavrouw
filiadochter
GalliaGallië
lacrimatraan
linguatong; taal
nautazeeman
pecuniageld
PersaPers
poetadichter
procellastorm
puellameisje
ripaoever
SequanaSeine
silvabos
spumaschuim
umbraschaduw
undagolf
vaccakoe
aquawater
cur?waarom?
epistulabrief
eten; ook
ferawild dier
GermaniaGermanië
nonniet
patriavaderland
portapoort
praedabuit
rosaroos
terraaarde; land
amicavriendin
herbakruid; gras
ianuadeur
irawoede, toorn
morauitstel
sedmaar
abundareovervloeien van
hastalans
incolainwoner
instruerevoorzien van
insulaeiland
piratazeerover
pugnagevecht, slag
saepedikwijls
semperaltijd
paeninsulaschiereiland
rixaruzie, twist
audêredurven
cogeresamenbrengen; dwingen
contenderezich haasten; marcheren; strijden
conveniresamenkomen
desilireafspringen
incenderein brand steken
migrareverhuizen
mitterelaten gaan; zenden
moverebewegen; ontroeren
navigarevaren
pellere(ver)drijven
profligareverslaan
soleregewend zijn, plegen
amicusvriend
avunculusoom
avusgrootvader, opa
bellumoorlog
deusgod
dominusheer
equuspaard
filiuszoon
foliumblad
gladiuszwaard
hortustuin
lupuswolf
medicusdokter
oraculumorakel
PoenusPuniër, Carthager
populusvolk
populus (f)populier
ramustak
RomanusRomein
servusslaaf
signumteken; vaandel; beeld
sociusbondgenoot; makker
taurusstier
vulgus (n)lagere volk, gepeupel
annusjaar
AthenaeAthene
castra(leger)kamp
caudastaart
centumhonderd
fluviusrivier
forummarkt(plein)
inimicusvijand
iugumjuk
legatusgezant; onderbevelhebber
locusplaats, plek
murusmuur
oppidum(vesting)stad
perdoor(heen)
provinciaprovincie; Provence
saeculumeeuw
sinezonder
templumtempel
villalandhuis, buitengoed
amicitiavriendschap
benegoed, wel
docereonderwijzen
festinarezich haasten
formavorm, gestalte
fundusbodem
gratiagunst; dank
horauur, tijd
initiumbegin
laborarewerken
infinitumhet oneindige
lentelangzaam
litteraletter
malumappel
memoriaherinnering, nagedachtenis
naturanatuur
nervuszenuw
officiumplicht; ambt
olerestinken
ovumei
provoor
scholaschool
vitaleven
votumgelofte
cum (voegw.)wanneer
quiaomdat
dumterwijl, zolang als
sials
appropinquarenaderen
cresceregroeien
delereverwoesten
desiderareverlangen
erraredwalen; zich vergissen
exportareuitvoeren
intrarebinnengaan
mandareopdragen, overlaten
merereverdienen
perseverarevolhouden, doorzetten
potaredrinken
reducereterugbrengen
servareredden; bewaren
spectare(be)kijken
studerezijn best doen

This activity was created by a Quia Web subscriber.
Learn more about Quia
Create your own activities